Hallo!

Just Keep Running Hallo hardloper! Leuk dat je op Just Keep Running een kijkje komt nemen! Wij zijn een groep enthousiaste lopers van elke niveau. Voor ieder wat wils! Heb je vragen, wil je iets weten van ons? Neem dan vooral contact met ons op!

We run, we succeed and yes, sometimes we fail. Let’s not forget that we are just humans. We all share the same passion. We love running. How about you?

Social Media

10 redenen om baantrainingen te doen

Zoals jullie weten lopen wij (Marleen en Nikki) wekelijks onze rondjes op de atletiekbaan. We missen bijna nooit een training. We hebben daar zo onze eigen redenen voor, en daarvan delen we er vandaag 10 met jullie. Als je ooit hebt getwijfeld om je aan te sluiten bij een atletiekvereniging om ook baantrainingen te gaan doen, dan kunnen deze redenen je wellicht overtuigen!

1. Snelheid en sneller worden

Nikki: De atletiekbaan is een behoorlijk snel parcours. Vanwege het materiaal van de baan en het gebrek aan kuiltjes en drempels, loop je veel gemakkelijker op een hoger tempo dan op een gemiddeld fietspad.

Marleen: En omdat je sneller kunt lopen op een atletiekbaan doe je hier uiteindelijk ook je voordeel mee bij wegwedstrijden. Op de atletiekbaan kun je makkelijk een tempo lopen dat buiten je comfortzone ligt. Door hierop te trainen kun je uiteindelijk sneller worden. Ik vind het echt heerlijk om superhard te gaan op de atletiekbaan. Heel gek voelt het als ik bijvoorbeeld mijn halve marathontempo loop op de baan, want dat voelt zo langzaam! Terwijl het op het asfalt een stuk pittiger is.

2. Een vaste ronde-afstand en je verstand op nul kunnen zetten

Nikki: Een rondje om de atletiekbaan is altijd 400 meter. Tenzij je in de buitenste banen gaat lopen natuurlijk, maar daar ga ik niet vanuit. Ook zonder app op je telefoon of een sporthorloge, weet je zo welke afstand je ongeveer hebt gelopen. Je kunt zo eindeloos rondjes blijven lopen. Het is misschien niet heel erg afwisselend, maar soms vind ik het zelf wel fijn om mijn verstand op nul te zetten en gewoon te lopen. Geen rekening houden met waar je bent en hoe ver je nog moet voordat je thuis bent.

3. Sociale contacten opdoen

Nikki: Ik loop altijd met de loopgroep, dus met nog allemaal andere lopers. Voor mij is de baantraining echt een stok achter de deur. De trainingstijden staan vast en er zijn andere lopers. Als je een tijdje niet gaat, gaan mensen ook vragen waar je blijft, haha! Ik vind het fijn om afwisselend alleen en met een groep te lopen. Soms heb ik echt geen zin om te kletsen tijdens het lopen, dus ga ik zelfstandig. Maar ik vind het toch ook altijd gezellig om op donderdagavond weer gezellig kletsend over de baan te lopen.

Marleen: Een van de redenen waarom ik lid ben geworden bij de atletiekvereniging is omdat het gewoon heel gezellig is om met anderen te trainen! Hardlopen is een individuele sport en je kunt in je eentje gaan en staan waar je wilt. Maar hardlopen is ook een heel sociale sport. Hoeveel mensen heb jij al leren kennen door het hardlopen? En samen bereik je meer dan alleen!

4. Toegankelijk voor elk niveau

Nikki: Een baantraining is te volgen voor mensen van iedere snelheid. Als je buiten de baan gaat lopen, is het lastiger om de groep bij elkaar te houden. Op de baan loopt iedereen rondjes en eindig je dus gewoon samen, zonder iemand kwijt te raken.

Marleen: Er zijn bij de meeste atletiekverenigingen zelfs groepen voor beginners, waar je je bij kunt aansluiten als je wilt beginnen met hardlopen. Daarnaast zijn bij mijn vereniging de (recreatieve) groepen opgedeeld in afstand en snelheid. Zo zijn er groepen die meer trainen voor korte afstanden (tot 5 kilometer) of juist lange afstanden, zoals de halve en hele marathon. Ook zijn de groepen globaal ingedeeld op snelheid. Zo lopen er bij de ene trainer personen die bijvoorbeeld 10 kilometer binnen 40 minuten lopen en bij een andere groep is binnen 50 of 60 minuten het tempo. In de juiste groep zitten helpt ook zeker om je niet verloren te voelen tijdens een training. Voor je het weet loop je continu achteraan en boven je kunnen, dat is ook niet leuk.

5. Een trainer hebben en het verbeteren van je looptechniek

Nikki: Wat ik ook heeeeeel fijn vind, is dat ik bij de baantraining niet zelf hoef na te denken wat voor training ik wil doen en hoe ik hem indeel. De trainer geeft gewoon de opdracht en daar houd je je aan. Zo loop je niet altijd hetzelfde rondje op dezelfde snelheid en met die afwisseling boek je echt vooruitgang!

Daarnaast vind ik het sowieso aan te raden om eens te lopen met een trainer, zodat diegene bijvoorbeeld op je houding kan letten. Iedereen heeft een eigen houding en looppatroon. En een verkeerde houding kan voor blessures zorgen. Zelf heb je geen idee hoe je loopt, maar een trainer ziet het meteen als je bijvoorbeeld te gespannen loopt of iets te veel voorover hangt.

Marleen: Trainen bij een atletiekvereniging is naar mijn mening ook heel goed om je looptechniek te verbeteren. Voorafgaand aan een training doen wij altijd krachtoefeningen en loopscholing om van onszelf betere lopers te maken. De krachtoefeningen zijn meestal gericht op het prikkelen van de been, bil, heup en core spieren. De meesten van jullie herkennen het vast wel als je een blessure hebt en bepaalde krachtoefeningen moet uitvoeren. Deze oefeningen doen wij dus praktisch iedere week! Daarnaast doen we dus ook loopscholing: dit zijn allerlei oefeningen om je loopstijl te verbeteren. Denk aan knie-inzet, landing van je voeten, armbewegingen, pasfrequentie – alles komt wel aan bod. Door een betere looptechniek ga je efficiënter lopen, waardoor je ook harder kunt.

6. Makkelijker tot het uiterste gaan (buiten je comfortzone)

Nikki: Bij de baantrainingen kun je dus gemakkelijk snelheid maken. Daarnaast loop je met een groep. Die twee factoren gecombineerd, zorgen ervoor dat ik sneller het uiterste uit mezelf haal dan wanneer ik alleen loop. Als we bijvoorbeeld een snelle 1000 meter lopen, probeer ik op het einde nog iemand in te halen. In je eentje is het best lastig om iemand in te halen 😉 Dan geef ik ook veel sneller op. Dit vind ik echt fijn aan het trainen in een groep! Overigens moet je niet iedere week helemaal tot het gaatje gaan, dat is vragen om blessures. Wel geef ik zelf altijd wat meer als ik in een groep loop.

7. Intervaltrainingen doen

Nikki: Intervallen op de baan is super makkelijk! Ook hier heb je weer geen sporthorloge nodig. Als je besluit om op afstanden te intervallen en niet op tijden, kun je bijvoorbeeld afwisselend 200 meter op snelheid lopen en dan weer 100 meter dribbelen of  wandelen, zonder dat je op je horloge moet kijken wanneer die meters voorbij zijn.

Marleen: Ik ben echt de meest luie hardloopster ooit, als ik het zelf mag zeggen. Die comfortzone is zo heerlijk om in te lopen. Ik begrijp het ook echt niet als mensen zeggen dat ze het zo moeilijk vinden om langzaam te lopen. 😉 Oké ik moest eerst ook wennen aan een heel langzaam tempo, maar dat lukte toch al best snel! Nu wil ik niet meer anders dan lekker op mijn vrije (wedstrijd- en baantraining-vrij) dag superlangzaam door de stad hobbelen. (Mijn hartslag is er ook een stuk lager mee geworden, maar dat is een ander verhaal.)

Ik deed dus nooit aan intervaltrainingen, want ik vind het lastig om bepaalde tempo’s te lopen als ik het zelf moet doen. Op de baan moet ik het ook zelf doen, maar dan loop je in een groepje en is het een stuk makkelijker. Daarnaast heb ik wel eens zelf een interval gedaan waarbij ik eigenlijk veel te hard ging. Het gevolg was dat ik kapot ging en mijn tong op de grond lag. Helemaal niet leuk! Het voordeel van intervallen bij de atletiekverening voor mij is dat ik nooit zo erg moet afzien dat het niet meer leuk is. Wij trainen beheerst en gedoseerd. Het is goed om soms na een training te denken: zal nog een rondje doen..?

8. Gemotiveerd raken en inspiratie opdoen

Marleen: Door elke week naar de club te gaan om te trainen blijf ik gemotiveerd om bezig te zijn. Elke week heb ik de afspraak met mezelf dat ik op donderdagavond om 18:45 klaar sta om te gaan hardlopen. Geen zin? Mijn trainer verwacht mij en ik betaal contributie, het is zonde om niet te gaan. Ik heb nog nooit spijt gehad van een training en achteraf voel ik me altijd supergoed. Ook krijg ik na een fijne baantraining altijd zin om wedstrijden te lopen en fantaseer ik al over het zojuist gelopen tempo op een 800 of 1000 meter in een 10-kilometerwedstrijd. Dromen mag. 😉

Ook doe ik mijn inspiratie op uit de verhalen van mijn clubgenoten. We zijn allemaal verschillend, niet alleen qua afstanden die we lopen maar ook in leeftijd. Ik ben een van de jongsten in de groep en de ouderen hebben toch mooie dingen meegemaakt door het hardlopen. Dit geeft mij inspiratie om hetzelfde te doen, op mijn eigen manier, of juist om een keer iets heel anders te doen. Bijvoorbeeld een baanwedstrijd van 1500 meter meedoen terwijl de halve en hele marathon mijn favoriete afstanden zijn… 😉

9. Geen hinderend verkeer

Nikki: Hier geniet ik misschien nog wel het meest van; er is geen verkeer op de atletiekbaan. Ik woon in een klein dorp en loop vrijwel altijd in het buitengebied, dus ik kom over het algemeen niet veel verkeer tegen. Maar het verkeer dat ik tegenkom, rijdt veel harder dan de toegestane snelheid en maakt absoluut geen plaats voor een hardloper. Die verwachten altijd dat ik in de berm ga lopen, wat ik dan ook altijd maar doe, want ik heb liever modderige schoenen dan gebroken benen. 🙂 Als je in de stad woont, zul je misschien ook nog vaak moeten stoppen bij een kruispunt of stoplicht. Geen last van op de baan!

Marleen: Wie wel eens een intervaltraining op straat doet, heeft er vast wel eens mee te maken dat je net niet uitkomt met je route en dus moet stoppen midden in je tempoblok. Hoewel ik hier in de stad (Leiden) best snel op een stoplichtvrij rondje zit, moet ik alsnog rekening houden met fietsers, wandelaars en andere hardlopers.

Op de baan heb ik bijna nooit last van anderen. Er zijn gewoon regels hoe je de baan moet gebruiken. Tijdens tempoblokken loop je in de binnenste baan en iedereen weet dat ze je dan de ruimte moeten geven. Inhalen doe je gewoon rechtsom. Niet zomaar stoppen zonder te kijken, en altijd eerst uitwijken naar een van de buitenste banen (wel oppassen dat je dan niemand voor de voeten loopt). Eigenlijk komt het gewoon op hetzelfde neer: op de baan kan je ongestoord je tempo’s lopen en niks zit niets of niemand je in de weg!

10. Altijd een wc en water dichtbij

Nikki: Ook erg handig: er is altijd een toilet en een kraan in de buurt! Ik neem zelf altijd mijn flesje water mee naar de training, maar op erg warme dagen heb ik daar niet genoeg aan. Dan is het toch fijn dat je dat even bij kunt vullen. Daarnaast hebben veel lopers last van toiletprobleempjes tijdens het lopen (ik klop nu even af dat ik daar nog nooit last van heb gehad) en dan is de baan echt een uitkomst. Het clubgebouw is bij ons altijd open tijdens de trainingen, dus je zit zo op de wc!

Marleen: Hier had ikzelf nog niet eens bij stilgestaan, maar ik kan dit zeker beamen! Op zeer warme dagen neem ik ook een flesje water mee naar de training. Vooraf berekenen we dan het meest tactische punt om hem neer te zetten langs de baan zodat we er in onze rust steeds langs komen. Superhandig! Op de weg moet je dan of een camelbag, waterbelt, of wat dan ook meenemen. En heel eerlijk? Ik loop toch het liefst met helemaal niks aan mijn lijf.


Dat was het wel zo’n beetje! Hebben wij jullie overtuigd om het een keer te proberen? Je kunt een atletiekvereniging in de buurt vinden op de website van de Atletiekunie. Laat ons weten of je het gaat doen, dat zouden wij leuk vinden om te horen. 

Wie traint er al wel op de baan en waar ben je lid?

Volg je ons al?

Instagram, Facebook, Twitter

Nikki begon in het voorjaar van 2014 voor de zoveelste keer met hardlopen. Al jarenlang gaf ze het na een paar weken op, maar nu zette ze door. In juni 2016 liep zij haar eerste halve marathon, en dat zal niet de laatste zijn!

2 Comments

Geef een reactie