Hallo!

Just Keep Running Hallo hardloper! Leuk dat je op Just Keep Running een kijkje komt nemen! Wij zijn een groep enthousiaste lopers van elke niveau. Voor ieder wat wils! Heb je vragen, wil je iets weten van ons? Neem dan vooral contact met ons op!

We run, we succeed and yes, sometimes we fail. Let’s not forget that we are just humans. We all share the same passion. We love running. How about you?

Social Media

Het racemonster in mij

Voordat je verder leest: het racemonster in mij is geen snelheidsduivel of tempofreak. Het racemonster in mij komt naar buiten als een wedstrijd even niet zo lekker loopt. Als ik harder wil dan mijn benen. Als mensen in de weg lopen. Als het warm is, of juist te koud. Of als ik de 10 kilometer loop tijdens de Leiden Marathon. Je bent gewaarschuwd…

De Leiden Marathon was mijn allereerste hardloopwedstrijd ooit. Daar liep ik twee jaar geleden de 10 km, meteen ook mijn verste afstand ooit. Mijn voorbereiding twee jaar geleden was niet optimaal. Ik had van hardlopen amper kaas gegeten. Of van kleding. Of van voeding. Dus stampte ik vlak voor de start nog twee pistoletjes met pindakaas naar binnen, om vervolgens een katoenen shirt van H&M aan te trekken. Ik hoef je niet uit te leggen dat die wedstrijd niet soepel verliep. Al na 1 km baande de pindakaas zich een weg naar boven. Met mijn handen tegen mijn middenrif, happend naar adem kwam ik na 58 minuten over de finish.

Dat zou ik dit jaar dus even he-le-maal anders doen.

Op Race Day bakt vriendlief een flinke stapel pannenkoeken. Ik ontbijt er met drie en rommel vervolgens mijn spullen bij elkaar. Vlak voordat ik het huis uitloop, bedenk ik me dat ik alleen nog maar heb ontbeten. Ik zit nog bomvol, en het waren weliswaar drie fikse havermoutpannenkoeken, maar toch. Rookie mistake. Snel eet ik een banaan en steek een tweede in mijn rugzak.

Om in de trein te beseffen dat ik nog heel weinig heb gedronken: een espresso en een flinke kop thee. Ik koop snel een fles water. Ha, zie je wel. Ik heb dit helemaal onder de knie.

IMG_0090 IMG_0089

 

 

 

 

 

 

 

 

In Leiden is het schitterend weer. Ik lever mijn tas in, wissel mijn t-shirt om voor een hemdje en loop rustig richting de start. Ik had me voorgenomen deze wedstrijd niet als zodanig te beschouwen. Met de Roparun in het vooruitzicht mag ik niet tot het gaatje gaan.

IMG_0100 (1)IMG_0101 (1)

 

 

 

 

 

 

 

 

“Hé, wist je dat…?”

O oh. Eenmaal in het startvak beland ik naast de pacers van de 50 minuten. Hmm.. Dat is wel heel aanlokkelijk… Het betekent dat ik 1) niet helemaal tot het gaatje ga en 2) tóch een PR loop. Ik besluit mee te lopen. Ik kan altijd nog afhaken…

Het startschot klinkt en we gaan van start. Soepel loop ik tussen de pacers en de rest van de groep. Ha, prima tempo dit!

Na nog geen 500 meter gaat een van de pacers naast me lopen: “Hé, je veter is los!” Shit. Met je state-of-the-art-technology-ruwe-anti-glip-veters mét dubbele knoop. Ik twijfel wat ik moet doen. Mijn schoen zit prima, maar ik ben bang dat ik over de losse veters struikel. Of erger: dat iemand anders valt. Na overleg met de pacer spreken we af dat we stoppen bij het volgende drinkpunt. Hij pakt voor mij een bekertje water, ik strik ondertussen mijn veters. Goed plan.

Maar zo ver komen we niet. Althans, kom ik niet. Elke minuut roept er wel iemand “HE WIST JE AL DAT JE VE…?” Ik zit pas op de derde kilometer en de drankpost is bij kilometer 5. Ik ren naar de stoep, stop, kniel, strik mijn veters en hobbel door. Helaas. De blauwe ballonnen van mijn pacegroep lopen al een flink stuk verderop.

Het beest is los

Na 10 meter lopen voel ik het al. In alle haast heb ik mijn veters te strak gestrikt. Au. Ik moet mijn veters nog een keer strikken – en dan GOED. Ik neem een sprint en sluit weer aan bij de rest van de meute. Oef. Deze intervaltraining doet mijn hartslag geen goed. Mijn hart klopt in mijn keel. Ook dat nog.

Mijn gezicht verstrakt. Daar komt het racemonster. Het beest is los. Plan A – meelopen met de groep van 50 minuten, is al grandioos mislukt. En plan B, genieten? Daar komt niks meer van terecht. Ik vloek flink (inwendig, voor zover ik weet…). Op mijn schoenen, op de ongelijke stenen, op barbecuende toeschouwers, op rokende toeschouwers, op toeschouwers met een scooters, op snellere lopers, op langzamere lopers.

Na dik 55 minuten kom ik over de finish, ruim 5 minuten boven mijn streeftijd. Een lieve mevrouw hangt de medaille om mijn nek: “Topprestatie wijffie.” Een paar meter verderop krijg ik een biertje in mijn handen gedrukt. 55 minuten, wat maakt het eigenlijk uit? Het monster verandert in een puppy. Aangelijnd, tot de volgende wedstrijd…

IMG_0108  IMG_0110

Volg je ons al?

Instagram, Facebook, Twitter

One Comment

Geef een reactie