Hallo!

Just Keep Running Hallo hardloper! Leuk dat je op Just Keep Running een kijkje komt nemen! Wij zijn een groep enthousiaste lopers van elke niveau. Voor ieder wat wils! Heb je vragen, wil je iets weten van ons? Neem dan vooral contact met ons op!

We run, we succeed and yes, sometimes we fail. Let’s not forget that we are just humans. We all share the same passion. We love running. How about you?

Social Media

Wedstrijdverslag: TCS Marathon Amsterdam (Eveline)

Na een weekje wikken en wegen besloot ik: ik ga de marathon van Amsterdam lopen. De 42,5 kilometer in Rotterdam verliepen – ondanks pittige trainingen – niet zoals gehoopt. En in Berlijn verscheen ik helemaal niet aan de start. Amsterdam was dus mijn kans om revanche te nemen. 

Rotterdam was voor mij altijd dé marathon van Nederland. Van Amsterdam had ik niet zulke hoge verwachtingen. Ik verwachtte een lelijk, grauw parcours en weinig vermaak langs de route. Geen idee trouwens waar ik dat vooroordeel op heb gebaseerd. Het zal wel neerkomen op een aloude strijd tussen 010 en 020…

Dus wát was ik verrast toen bleek dat Amsterdam hart-stik-ke leuk was! De route, de menigte, de lopers. Ik heb ruim 42 kilometer lang genoten, ondanks dat ook deze marathon niet vlekkeloos verliep. Je kunt nu zeggen dat 2016 blijkbaar niet mijn marathonjaar was. Die gedachte is ook door mijn hoofd geschoten. Maar draai het eens om! In een jaar heb ik twee marathons volbracht. Hoeveel mensen kunnen dat nou zeggen? Nee, het ging niet altijd even goed. So be it. Dat is het leven. Maar ik heb wel twee marathons gelopen en van de laatste heb ik genoten van elke kilometer.

Voor de start

De wekker gaat om half zeven. Uitgeslapen word ik wakker. De avond ervoor lag ik al om negen uur in bed, tegen tien uur knipte ik het licht uit. De slaap komt al snel en na een goede nacht slaap sta ik naast het bed. Ik heb er zin in. Ik voel geen zenuwen, geen angst. Enkel enthousiasme. Mijn vriend zet koffie terwijl ik mijn spullen bij elkaar scharrel. De avond ervoor heb ik vier setjes kleding klaargelegd. Uiteindelijk kies ik voor de meest ‘koele’ optie: een tanktop en een kort broekje. Want het wordt warm vandaag, zeker voor half oktober. De temperatuur kan oplopen tot twintig graden. Gelukkig start ik vroeg…

Met lange tanden eet ik een bak havermout met banaan. De dag ervoor heb ik flink koolhydraten gestapeld en ik zit nog steeds ramvol. Ik prop een energiereep, een banaan en sportdrank in mijn tas. De laatste happen havermout laat ik staan.

Ik twijfel hoe ik naar de start ga. Met de bus en de metro kost een hoop tijd, maar het scheelt weer energie. Fietsen duurt maar vijftien minuten… We besluiten rustig te gaan fietsen. Op die manier maak ik direct mijn benen los.

De lucht kleurt oranje en Amsterdam wordt langzaam wakker. Bij de tram- en bushaltes zie ik alleen maar hardlopers. Mijn enthousiasme groeit. Eenmaal bij de Sporthallen Zuid (waar ik mijn startbewijs ophaal) bereikt de zin om te lopen een hoogtepunt. Ik hoor van bekenden dat ik er relaxed uitzie. Zo voel ik me ook. Ik voel geen enkele druk. De dagen ervoor heb ik namelijk besloot de tijd, de pace, compleet los te laten. Ik loop Amsterdam, ondanks dat ik niet topfit ben. Ondanks dat mijn langste duurloop weken geleden was. Ondanks dat ik pas ziek was. Ik heb besloten te genieten van deze wedstrijd. Tegen iedereen die vraagt naar mijn eindtijd zeg ik iets als ‘rond de vier uur, denk ik’. Ik heb namelijk geen idee waar ik toe in staat ben.

 photo IMG_1639_zpswjnfm1bg.jpg

De start

Na drie keer plassen en een paar slokken sportdrank wandel ik met mijn vriend richting het stadion. Ik mag starten in een van de allereerste startvakken. Maar als ik bij het Olympisch Stadion aankom, voel ik dat ik de start ga missen. Het is vreselijk druk en er lijkt geen beweging in de mensenmassa te zijn. Na een kwartier bewegen we ons langzaam richting de ingang van het stadion. Daar blijkt al snel waarom het zo traag ging: iedereen moet door een smalle gang. Sfeervol, alsof je door de achteringang van een sporthal loopt, maar niet heel erg handig. Ik piep nog snel een herentoilet in – na een half uur in de kou moet ik enorm nodig plassen.

Als ik op het veld van het Olympisch Stadion stap schalt de muziek keihard uit de speakers. Mijn startvak is al leeg. Wat nu? Een ander vak kiezen? Doorlopen? Rechts van me komt een man aanrennen. Ook hij is te laat. De stewards doen niet zo moeilijk en laten ons direct door. Ik ren de baan op en twee meter later loop ik al onder de startboog door. Wow! Dat ging snel. Oké, horloge aan en gaan. Niet teveel over nadenken.

Het gele startvak heeft als beoogde eindtijd 2 uur 45. Ha! Vooraf ben ik al gewaarschuwd: ga niet te snel van start. Laat je niet meevoeren door de razendsnelle lopers uit je startvak. Ik probeer mijn eigen tempo te lopen, maar loop desalniettemin veel te snel. De eerste kilometer loop ik in ongeveer 4 minuten, de tweede in 4:45. Op dat moment voelt het niet snel. Het voelt alsof ik vlieg en soepel over het asfalt glijd. Grappig, die mindfuck. Het lijkt alsof ik dit tempo nog uren kan volhouden.

1-24 kilometer

Onzin natuurlijk. Na een aantal kilometer zak ik af naar mijn duurlooptempo. Dat ligt rond de 5’30”. Ik weet dat ik dit tempo lang kan volhouden en probeer zo stabiel mogelijk te lopen. Dat gaat me goed af. De kilometers vliegen voorbij.

Amsterdam blijkt veel leuker dan verwacht. De eerste kilometers staan de supporters rijen dik. Na een aantal kilometer merk ik dat er een man naast me blijft lopen. Rond de 5 kilometer spreekt hij me aan: waar ik vandaan kom? De man zelf blijkt uit Duitsland te komen. Hij heeft gemerkt dat ik al een aantal kilometer zeer stabiel liep en verkoos mij als haas. Aardige vent, maar ik heb eerlijk gezegd geen zin in een plakker… Ik wil mijn eigen tempo lopen en ben eigenlijk wel klaar met kletsen. Na de onderdoorgang van het Rijksmuseum (zo tof!) zie ik in de bocht mijn kans schoon. Ik neem de bocht ruim en weet de man af te schudden. Sorry Duitse meneer! Niet persoonlijk bedoeld…

Ik ga op eigen tempo door en geniet van de zon en de mensen. Van tevoren heb ik het parcours bekeken. Ik weet dat er een paar lussen in zitten. De lus in Rotterdam bij 15 kilometer vind ik echt een drama: te kort, te druk en er staan ook nog eens drinkposten. Deze lussen vind ik lang niet zo erg. Het is druk langs de route, er is muziek en je hoeft geen scherpe bochten te draaien.

Daarna volgt, zo weet ik, een lange route langs de Amstel. Vooraf leek me dit het meest vreselijke stuk. Een uur lang naar molens kijken: BORING. Boy, I was wrong. Het weer zal er vast mee te maken hebben, maar wát is dit een wonderschoon onderdeel van de route. Muziek schalt vanaf het water en de route is bijna onbegaanbaar door de vele supporters.

 photo IMG_1672_zps7qy9xbqu.jpg
Halverwege de Amstel voel ik me onoverwinnelijk. Misschien herkennen jullie dit? Op een zeker moment voelt het alsof mijn benen vanzelf gaan. Het kost geen moeite, ik heb geen pijntjes, het voelt alsof ik oneindig door kan lopen. Op zo’n moment kan ik me niet voorstellen me ooit nog slecht te voelen. Een enórme mindfuck natuurlijk, deze runner’s high. Want het kan zomaar omslaan…

Het mooiste van dit onderdeel? Ik weet dat mijn vriend aan het eind van de Amstel staat te wachten, ter hoogte van kilometer 24. Al ver voor het kilometerpunt zie ik hem staan. In zijn hardloopkloffie. Hij loopt namelijk een aantal kilometer mee. Na de Amstel volgt – vind ik – het lelijkste onderdeel van de route, door Duivendrecht. Dus dan kan ik wel wat afleiding gebruiken! Helaas voor hem kon hij nergens zijn spullen kwijt, en dus hobbelt hij mee met een enorme rugzak op zijn rug… De mensen langs de kant kijken vreemd op als we voorbij hobbelen.

 photo IMG_1666_zpsyeeu8sqt.jpg

24-42 kilometer

Hij reikt me wat drinken aan en we kletsen wat af. Ik vertel over de mensen die ik onderweg heb gesproken. Ik weet mijn tempo nog steeds goed vast te houden. Ik voel me erg gezegend – dit had ik vooraf nooit verwacht.

Maar dan gaat het mis. Rond 27 kilometer schiet mijn knie op slot. Een verkeerde beweging? Overbelasting? Ik heb geen idee. Nooit eerder heb ik problemen met mijn knie gehad. Een paar honderd meter verderop moet ik noodgedwongen stoppen. Ik draai en stretch wat en de pijn ebt weg. Ik app de andere Just Keep Runners. Zélia zegt dat ze bij kilometer 40 staan. Daar houd ik me aan vast.

 photo IMG_1662_zpswkkt6rtg.jpg
Na wat meters wandelen begin ik weer rustig te dribbelen. Dit mag mijn pret niet bederven. Ik wil geen knieblessure. Ik wil finishen, maar niet ten koste van mijn lichaam. Ik volg de signalen van mijn lijf. Doet het pijn? Dan stop ik. Ebt de pijn weg? Dan begin ik weer met rennen.

De volgende 15 kilometer rommel ik wat aan. Ik wissel sprinten af met dribbelen en wandelen. Met mijn conditie is niets aan de hand – sterker nog, ik zit vol energie. De andere lopers op het parcours hebben geen idee wat ik uitspook. Telkens beland ik naast twee mannen die in een rustig tempo doorlopen. Ik leg uit waar ik last van heb en we raken aan de praat. Voordat ik weer verder sprint wens ik ze succes. Tot later?

 photo IMG_1660_zpsjnxzz4sk.jpg
Ondanks deze tegenslag is mijn humeur nog opperbest. Mijn vriend besluit zo lang mogelijk mee te lopen zodat hij mij en mijn knie in de gaten kan houden. Ik leef op als ik Marlous van de Half Crazy Runners Crew onder het viaduct een high five geef. Zo tof dat ze daar elk jaar staan! En niet veel later zie ik (weer) de Running Junkies. Ik zwaai mijn arm bijna uit de kom en voel door de adrenaline de pijn niet meer. In het Vondelpark neemt mijn vriend afscheid. Ik ren op eigen kracht door. Weer wissel ik sprinten af met wandelen, rekken en strekken. Bij kilometer 40 kijk ik om me heen. Waar staan ze nou?!

Iets verderop zie ik mijn vriend. Hij is iets vooruit gerend en loopt voor me uit. Nog steeds in de buurt. In de verte zie ik het vlaggetje van Just Keep Running. YES! Daar staan ze! Ik krijg direct een stoot energie en vlieg hun kant op. Ik vlieg Zélia in de armen. Wat ben ik blij dat zij hier staan. Ik vertel kort over mijn knie en besluit dan door te rennen. Tot straks allemaal!

 photo IMG_1656_zps5pp3kj0k.jpg
 photo IMG_1657_zpspdizur8d.jpg
Na het Vondelpark is het nog maar een kilometer. Terwijl ik het park uitloop zie ik in mijn ooghoek twee bekende gezichten. De twee mannen! Met zijn drieën rennen we richting het Olympisch Stadion. Als ik even probeer te lopen, peppen de mannen mij op. Ik ben er bijna, nu niet verzwakken. Als we het stadion inrennen zijn we alledrie euforisch. Potverdomme, we hebben het gewoon gedaan. Met nog 100 meter tot de finish pakt een van de twee mannen mijn hand. ‘Ik leg dit later wel aan mijn vrouw uit, maar wij gaan samen over die finish!’ We zetten aan en sprinten keihard richting de finishbogen. Hand in hand komen we over de finish. Daar geven we elkaar een high five. Lieve loper, ik heb geen idee meer hoe je heet, maar dank! Je hebt me erdoorheen gesleept. Een vreemde die zo bekend voelt, dat ervaar ik alleen tijdens hardloopwedstrijden.

Na de finish

Met een dikke vette glimlach neem ik mijn medaille in ontvangst. Nee, ik heb geen PR gelopen – verre van zelfs, met een eindtijd van 4:27. Maar wát heb ik genoten. En dat was de bedoeling. Die knie, die is niet helemaal in orde. Nog steeds loop ik moeilijk en doet wandelen en fietsen pijn. Maar het was geruststellend om te merken dat mijn conditie dik in orde was. Tot aan het einde van de race kon ik versnellen. Nergens kwam ik de man met de hamer tegen of had ik last van zware benen. Ik voelde me gewoon heel goed.

Na de finish plof ik op de grond. Ik drink mijn sportdrank, app wat bekenden en wacht tot mijn vriend me heeft gevonden. Daarna haal ik mijn spullen op en drink ik een blikje bier. God, wat smaakt dat goed! Daarna haasten we ons naar het Vondelpark, om de halvemarathonlopers aan te moedigen. Met de rest van de Just Keep Runners moedigen we (onder andere) Josianne aan.

Daarna ploft iedereen neer in de Vondeltuin voor een welverdiend biertje. Wat een topdag, en wat een topcrew. Zo zie je maar: een PR is verre van zaligmakend. Dit was gewoon een héle mooie race. 

Heb jij ook meegelopen in Amsterdam?

Volg je ons al?

Instagram, Facebook, Twitter

2 Comments

  • Maaike

    18 oktober 2016 at 09:50

    Wat een heerlijk verslag en wat moet je genoten hebben in 020. Ik kreeg kippenvel op het moment dat je samen met die mannen verder liep aan het einde en hand in hand over de finish ging. Balen van je knie, maar dat heb ik je al verteld.. Daarnaast super knap dat je nog door bent gegaan, maar hoop dat de blessure nu niet te groot is! Beterschap Eveline, op naar de Bruggenloop 🙂

    Beantwoorden

Geef een reactie